Hoewel de meesten eigenlijk geloven dat Beauty’s

"Hoewel de meesten eigenlijk geloven dat Beauty’s behandeling tegen aarsmaden werkt omdat ze een goede heks is, dit in tegenstelling tot de slechte heksen die eerder de maden bij de kinderen hadden veroorzaakt. En een heks is en blijft altijd een heks. Net als Mama Mooni.

Hoewel ze pijn heeft en het zwaar is en eindeloos veel tijd kost, heeft Beauty nog steeds de puf haar huisapotheek aan te vullen. Ze plukt het kruid dat eetlustopwekkend is - hoewel ze dat niet zo vaak nodig heeft, nu er nauwelijks eten genoeg is - het blad dat een pijnstillende werking heeft en een bloemensoort tegen misselijkheid. Ze hakt de kruiden fijn in verschillende plastic kommetjes en mengt ze met bananensap, waarna ze de mengsels op het vuur laat koken. Daarna giet ze de brouwsels in glazen en plastic medicijnpotjes, die ze van Blessing heeft gekregen. Als ze klaar is moet ze even gaan liggen, met een kompres van het pijnstillende kruidenmengsel op haar wang. Ze kan het niet eens meer opbrengen de kip, die het huis in is gefladderd en maïskorrels van de grond pikt, het huis uit te jagen.

Lusaka, Zambia

10 februari 2004

De lichtgevende cijfers van de wekkerradio geven half twee aan, en dat is geen normale tijd voor een telefoongesprek. Ellen tast in het donker naar de telefoon op het nachtkastje, maar het geluid blijkt van haar mobiele telefoon te komen en waar ligt die? En hoe ging dat bedlampje ook alweer aan? Terwijl ze in het donker haar jaszak, de tafel en haar rugzak doorzoekt stopt het geluid en alle mogelijke gedachten flitsen door haar hoofd.

Was het Björn misschien? Maar waarom zou hij midden in de nacht bellen. Er is niet veel tijdsverschil tussen Zambia en Zweden, en dat weet hij. De enige reden zou kunnen zijn dat er iets is gebeurd, iets ernstigs. Mamma!?

Als Ellen tenslotte haar telefoon vindt - waarom ligt die in hemelsnaam in de badkamer? - ziet ze aan de nummerherkenning dat Blessing heeft gebeld. Voor ze het nummer van Blessing heeft ingetoetst gaat de telefoon op het nachtkastje over. Een slaapdronken telefonist vraagt of het goed is dat ze een gesprek van ene mevrouw Blessing doorschakelt.

– Ja, dat is goed.

Blessings stem klinkt opgewonden, maar ze weigert door de telefoon te vertellen waarom. Ze vertrouwt de telefoniste niet. Ze vertrouwt in principe niemand die de mogelijkheid heeft informatie op te pikken die geld kan opleveren, dus moet Ellen haar mobiel terugbellen.

– Hoi, met mij. Wat is er?

– Het spijt me dat ik je midden in de nacht bel, maar er is iets vreselijks gebeurd.

– Wat dan?

– Ik ben in Kamanga, het dorp op weg naar Chongwe, als je de zuidelijke afrit neemt, weet je nog?

– Ja.

– De oude kliniek die afgelopen herfst is gesloten toen de verpleegster naar Zuid-Afrika verhuisde, weet je welke ik bedoel?

– Ja, ik weet welke je bedoelt.

– Zou je die kunnen vinden?

– Ja, dat denk ik wel.

– Kun je een auto regelen, dus geen taxi?

– Mm, dat weet ik niet, daar moet ik even over nadenken. Waar vind ik midden in de nacht een auto? En daarbij rijd ik liever niet zelf. Maar waarom wil je dat ik dat doe, wat is er gebeurd?

– Het nonnenklooster in het dorp is overvallen. Ik heb hier drie zwaargewonde nonnen en een schoonmaakster die was blijven overnachten. De schoonmaakster is acht maanden zwanger en ik geloof dat het kind dood is.

– Maar jij hebt toch een auto? Waarom rijd je niet met ze naar het ziekenhuis en naar het politiebureau om aangifte te doen!

– De moederoverste weigert dat pertinent en de andere nonnen, van wie er een paar aanspreekbaar zijn, zijn het met haar eens. Ze hebben de kliniek gebeld en Paul, die voor het huis zorgt en hier woont, nam op en bracht ze hiernaartoe. Daarna belde hij mij. Als we ze hier niet in het geheim kunnen helpen, lossen ze het liever zelf op. En dat kunnen ze niet. Het zelf oplossen, bedoel ik.

– Oké. Welke spullen heb je daar?

– Ik heb niet zoveel kunnen vinden. Alcohol om mee te ontsmetten, wat kompressen en watten, naald en draad, en wat pijnstillers. Misschien zit er nog iets in een afgesloten kast. Dat zoek ik uit en ik bel je straks terug. Trouwens ... Ellen ...

– Ja."